'Nederlanders zijn bang voor kracht'
John Graat (Trouw 1 mei 2004)
De invloed van de Amerikaanse krachttrainer Jim McCarthy (38) op de
Nederlandse topsport groeit. Naast de TVM-schaatsers begeleidt hij inmiddels ondermeer ook zwemmers, atleten en taekwondoka's op weg naar de Olympische Spelen. ,,Nederlanders zijn bang voor kracht, dat is een cultureel probleem."
PAPENDAL - Ja, hij heeft ze leren kennen, Nederlandse topsporters met
killersmentaliteit. Schaatster Renate Groenewold is een 'beest' bij wie soms
al bij een oefening in de warming-up in het krachthonk het gif uit haar ogen
spat. Hij zag een roeister met blaren op de handen aan de gewichten trekken
totdat het pus in stroompjes langs haar polsen liep. Hij werkte met een
taekwondoka die in een gebroken arm geen beletsel zag om tot het uiterste te
gaan in een training.
Jim McCarthy zou ze meer willen zien. Het Nederlandse topsportsysteem kan niet als excuus gelden, meent hij. Faciliteiten zijn er te over. Ook de trainers waarmee hij werkt, zijn hooggekwalificeerd en innovatief. Ze werken met wetenschappelijk onderbouwde programma's.
McCarthy: ,,Het probleem is alleen: de atleten geloven er niet in. Je ziet de angst in hun ogen als ze als ze naar de startlijn gaan. Er zijn beroemde foto's van spelers uit het American football, met in hun ogen de blik van 'ik ga jou en je hele familie vermoorden'. In Nederland gaan sporters er van uit dat ze hun lot niet kunnen controleren. Ze zijn bang om te vallen. Of voor de concurrentie. Ik proef ook te snel tevredenheid. Ze vinden zich een goed atleet als ze een hoog niveau hebben bereikt. Een atleet mag nooit tevreden zijn. Wat vandaag werkt, is morgen niet goed genoeg meer."
Soms is een buitenstaander nodig om de boel op scherp te zetten. Jim McCarthy (38, vader van vijf kinderen) lijkt geschikt voor die rol. Zelf was hij een powerlifter zonder talent. ,,Dat is een goede basis voor het trainerschap. Michael Jordan zal nooit een goede coach zijn. Voor hem was alles natuurlijk."
Aan de universiteit van Milwaukee studeerde hij fysiologie en ondermeer biomechanica. Hij werkte bij het Amerikaans Olympisch centrum in Lake Placid met skeletonners, bobbers, langlaufers, kanoërs en shorttrackers. In 1995 kwam hij in contact met Gerard Kemkers, destijds bondscoach van de Amerikaanse schaatsers. Later volgde hij Kemkers naar Nederland. Drie jaar verzorgde hij de krachttraining van de kernploegen van de schaatsbond. Na de Winterspelen van Salt Lake City ging hij met Kemkers mee naar het commerciële TVM-team.
Dankzij technisch directeur Joop Alberda van NOC*NSF is hij sinds 2002 ook met sporters uit andere disciplines in de weer. Op weg naar de Spelen van Athene begeleidt hij roeiers (Holland Acht), de nationale taekwondoselectie, het loopteam van Honoré Hoedt (Som, Liefers) en de TZAzwemmers (Veldhuis, Kenkhuis). Ook is hij de spil in het project 'Pure Kracht' van het Krachtsportverbond en het NeCeDo waarin jonge krachtsporters een intensief programma volgen op het gebied van voeding, mentale begeleiding en krachttraining om te bewijzen dat ze ook zonder doping veel kunnen bereiken.
Volgens Alberda leggen veel Nederlandse topsporters het vaak af op pure power. McCarthy: ,,Het gaat er niet om hoeveel kracht een sporter kan produceren. Alles draait bij mij om de techniek om de kracht op een goede manier te gebruiken. Het overbrengen van lichaamskracht op ijs, water of asfalt."
,,Ik heb gemerkt dat er in Nederland een zekere angst voor kracht is. Dat is meer een cultureel dan een invididueel probleem. Als in Amerika een sporter van zestien 200 kilo omhoog brengt, vindt iedereen het prachtig. Hier wordt het kindermisbruik gevonden. Bij Jong Oranje schaatsen werd ik door een vader verboden om krachttraining te geven aan zijn zestienjarige dochter. In Amerika begint een kind van tien jaar ermee. Als je zoals in Nederland pas op je zestiende, of nog later begint, heb je een enorme achterstand. Kracht kan alleen heel langzaam opgebouwd worden. Michael Phelps is een groot zwemtalent, maar zijn wereldrecords hebben niks met magie te maken. Hij heeft jaren van goede training achter zich."
De werkwijze van McCarthy is op het individu toegespitst. ,,De basis is dat elke topsporter eigenlijk in beginsel turner zou moeten zijn: fysiek compleet ontwikkeld. Een roeier met zijn eenzijdige beweging moet zorgen dat hij niet constant overtraind raakt op één plek terwijl op de andere plaatsen blessures ontstaan. Ik heb roeiers oefeningen met een bal laten doen. Ik laat hen sprongen op het droge maken. Ik laat de schaatsers volleyballen en dribbelen zoals voetballers. Eerst moet hun coördinatie verbeteren. Pas daarna kun je sportspecifiek aan kracht en snelheid werken."
Hij is niet lief voor zijn atleten. In het krachthonk eist hij volledige overgave. ,,Ik ben een pain in the ass. Ik schreeuw en gedraag me agressief. Ik eis dat de sporters 100 procent geven, dan moet ik zelf 105 procent geven. Vaak hoor je coaches maar blablabla verkondigen maar in de training zijn ze niet zo geïnteresseerd. Het gaat mij erom dat ze in het krachthonk visualiseren waarmee ze later in de wedstrijd te maken krijgen. Soms denken ze dat ik een goeroe ben, die een religie verkondigt. Maar ik wil dat ze de krachten op hun lichaam voelen die ze later ook moeten weerstaan."
Eigenlijk kost het minimaal zes en soms tien jaar om een topsportlichaam op te bouwen, zegt McCarthy. Daarom zijn er geen wonderen te verwachten van zijn tijdelijke werk bij de diverse bonden. Alleen aan de TVM-schaatsers,waarmee hij deze week de opbouw naar het nieuwe seizoen begon, is hij structureel verbonden. Met de meeste van hen werkt hij al vijf jaar. Dat biedt ruimte voor een ideale planning. ,,Dit jaar leggen we de basis voor het volgende olympische seizoen. In de vierjarencyclus is dit het zwaarste. We gaan het vijftien tot twintig procent anders doen dan voorheen. Wat afgelopen winter werkte, is niet meer genoeg. Ook al ben je wereldkampioen, je lichaam is aan de belasting aangepast en dus moet je een stap verder. Versla je eigen record. Telkens weer."