Dopingcontrole: stap voor stap
Wat gebeurt er tijdens een dopingcontrole?
Hieronder wordt de Nederlandse dopingcontroleprocedure stap voor stap uitgelegd. Het materiaal dat in de illustraties getoond wordt, kan afwijken van het materiaal dat in het buitenland gebruikt wordt. Ook de procedure kan in het buitenland enigszins afwijken van datgene wat hier wordt gemeld.
1 Oproep voor dopingcontrole
Wanneer je bent aangewezen voor een dopingcontrole (bijvoorbeeld aan de hand van loting of klassering) word je hier zowel mondeling als schriftelijk van op de hoogte gebracht. Je kunt zowel binnen wedstrijdverband als buiten wedstrijdverband worden aangewezen. In principe dien je al bij de aanwijzing jezelf te identificeren. Je ondertekent het aanwijzingsformulier, waarna je een kopie van het formulier krijgt overhandigd. Bewaar de kopie voor je eigen documentatie. Op het aanwijzingsformulier wordt een tijd vermeld waarop je uiterlijk in het dopingcontrolestation dient te zijn. Vanaf het moment van aanwijzing sta je onder toezicht van een dopiongcontrole-official (DCO) of een aangewezen assistent.

2 Registratie en identificatie in het dopingcontrolestation
Je meldt je, op tijd, in het dopingcontrolestation. In het buitenland komt het voor dat je jezelf bij aankomst moet inschrijven. Je mag begeleid worden door één begeleider en zonodig door een tolk. Spreek van te voren af wie je meeneemt naar de dopingcontrole. De begeleider dient op de hoogte te zijn van de dopingcontroleprocedure. In het dopingcontrolestation dien je jezelf te kunnen identificeren, bijvoorbeeld met je licentie, rijbewijs of paspoort. De DCO zal zich legitimeren. De DCO zal tijdens de gehele procedure, indien gewenst, een toelichting geven.

3 Keuze opvangbeker
Als je denkt voldoende te kunnen plassen, kan de daadwerkelijk procedure beginnen. Jij als sporter verricht alle handelingen zelf! Er zal je worden gevraagd een opvangbeker te kiezen. Elke opvangbeker is apart verpakt. Controleer of de verpakking nog intact is. In Nederland heeft al het materiaal een uniek codenummer. De DCO noteert alle codenummers op het dopingcontroleformulier.

4 Plassen onder toezicht
In de toiletruimte dien je in de opvangbeker te plassen. Dit gebeurt onder direct toezicht van de DCO of een aangewezen assistent, die van hetzelfde geslacht zal zijn. Je begeleider gaat niet mee het toilet in. Normaal gesproken dien je een hoeveelheid urine te produceren die groter is dan 75 milliliter. Je sluit zelf de opvangbeker.

5 Onvoldoende urine
Het kan gebeuren dat je in eerste instantie niet voldoende urine hebt geproduceerd. Je sluit dan toch de opvangbeker, waarna, in Nederland, deze wordt verzegeld met een witte plakzegel. Het codenummer van de opvangbeker en het nummer van de zegel noteert de DCO op het dopingcontroleformulier. De verzegelde opvangbeker wordt onder de verantwoordelijkheid van de DCO in het dopingcontrolestation bewaard, terwijl jij terug gaat naar de wachtruimte. Indien je denkt opnieuw te kunnen plassen, start de procedure opnieuw met het uitkiezen van een nieuwe opvangbeker (zie stap 3). De urine uit de tweede opvangbeker meng je met de urine uit de eerste opvangbeker, totdat de gewenste hoeveelheid urine in de eerste opvangbeker is bereikt.

6 Keuze van flesjes
In de werkruimte dien je een piepschuimen doosje (de Bereg Kit) te kiezen. Over het deksel van het piepschuimen doosje zit een blauwe plakzegel. Controleer of deze verzegeling nog intact is. Is dit niet meer het geval, dan verschijnt een tekst zoals bijvoorbeeld “entry illegal”. Het doosje bevat twee, in plastic verpakte, flesjes. Het plastic is aan de bovenkant afgesloten. De codenummers van de flesjes dienen overeen te komen met het codenummer van het piepschuimen doosje.

7 Verdelen van de urine
Je haalt de flesjes uit het plastic en verdeelt de urine in de opvangbeker over de twee flesjes. Je schenkt 2/3 van de urine in het A-flesje (minimaal 50 ml) en 1/3 in het B-flesje (minimaal 25 ml). De onderkant van het etiket op het flesje geeft de minimale hoeveelheid aan. Zorg ervoor dat er altijd een kleine hoeveelheid urine in de opvangbeker achterblijft. Dit wordt op een later tijdstip gebruikt om te bepalen of het urinemonster bruikbaar is in het laboratorium (zie stap 9).

8 Sluiten van de flesjes
Je sluit zelf de flesjes. Dit doe je door de rode plastic ring die om de hals van het flesje zit te verwijderen waarna je de dop goed vastdraait. Het moment waarop de dop tijdens het dichtdraaien geen geluid meer maakt, zijn de flesjes dicht EN verzegeld. Controleer of de flesjes niet lekken door ze op de kop te houden. De flesjes worden teruggeplaatst in het piepschuimen doosje. In Nederland kies je vervolgens nog een rode plakzegel met een uniek codenummer die de DCO over het piepschuimen doosje aanbrengt. Deze tweede verzegeling is een extra waarborg voor de sporter, maar is niet noodzakelijk. Controleer of alle codenummers correct zijn opgeschreven.

9 Meting zuurgraad (pH) en soortelijk gewicht (SG)
In de opvangbeker is nog een kleine hoeveelheid urine achtergebleven. De DCO bepaald hiermee de zuurgraad en het soortelijk gewicht van de urine. Deze waarden geven aan of de urine bruikbaar is voor analyse. De waarden worden op het dopingcontroleformulier vermeld. De zuurgraad behoort groter of gelijk aan 5 en kleiner of gelijk aan 7 te zijn. Het soortelijk gewicht moet 1.010 kg/dm3 of hoger zijn. Voldoet de urine niet aan de criteria, dan zal je opnieuw moeten plassen. De procedure wordt vanaf stap 3 herhaald. Indien de urine ook de tweede maal niet aan de eisen voldoet zal de procedure desondanks voortgezet worden. Zorg ervoor dat alle resturine wordt weggegooid!

10 Opgave gebruikte geneesmiddelen
De DCO zal je vragen welke (genees)middelen je in de zeven dagen voorafgaand aan de dopingcontrole hebt gebruikt. De middelen worden genoteerd op het dopingcontroleformulier. Vergeet niet voedingssupplementen, de anticonceptiepil, natuurgeneeskundige kruiden en soortgelijke middelen op te geven! Zo kunnen stoffen sneller worden teruggekoppeld aan bepaalde geneesmiddelen of supplementen.

11 Ondertekenen van het dopingcontroleformulier
Op het dopingcontroleformulier moet je vermelden of je wel of niet akkoord gaat met de gevolgde procedure. Indien je niet akkoord gaat, kun je je bezwaren in de daarvoor gereserveerde ruimte (laten) opschrijven. Het is raadzaam dit in je eigen taal te doen. De DCO en de eventueel aanwezige begeleider ondertekenen vervolgens het formulier. Als laatste onderteken je zelf het formulier. Je dient het formulier ALTIJD te ondertekenen. Je krijgt een kopie van het dopingcontroleformulier overhandigd en daarmee is de procedure ter plaatse voor jou beëindigd. Bewaar de kopie voor je eigen documentatie. Soms kan het voorkomen dat je jezelf nog dient uit te schrijven.
